Glucose
Glucose is de wetenschappelijke naam voor druivensuiker of dextrose. Het is de voornaamste energiebron van onze lichaamscellen. Glucose is noodzakelijk voor de vorming van energie in de cellen van de weefsels. Ons bloed bevat altijd een bepaalde hoeveelheid glucose, waardoor het voortdurend beschikbaar is voor ons hele lichaam.

Glucose wordt door de cellen in de darmwand opgenomen en afgegeven aan het bloed. Vlak na de maaltijd is het aanbod van glucose aan het bloed groot; veel groter dan het lichaam op dat moment voor de verbranding of energielevering nodig heeft. Om te zorgen dat het bloedglucosegehalte na een maaltijd niet te snel stijgt, moet het tijdelijk opgeslagen worden. Hiervoor heeft het lichaam insuline nodig. Het teveel aan glucose kan dan op een later moment, als het bloedglucosegehalte daalt, weer in het bloed worden teruggebracht. Insuline is een hormoon dat door de b├Ętacellen in de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier wordt aangemaakt.
De glucoseconcentratie in het bloed schommelt bij gezonde mensen tussen de 3 en 8 mmol/l. Dat komt doordat de alvleesklier extra insuline maakt zodra het glucosegehalte van het bloed stijgt.

Bij mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) is er sprake van een stoornis in de regulatie van het glucosegehalte van het bloed. Dit wordt veroorzaakt door een afwijking in het transport van glucose vanuit het bloed naar de weefselcellen. Dit wordt weer veroorzaakt door onvoldoende insulineproductie en/of door onvoldoende werkzaamheid van de beschikbare insuline. Dit leidt dan tot een verhoogd glucosegehalte van het bloed.

Glucose wordt bepaald in het bloed, nadat u een nacht niet gegeten of gedronken heeft.