Kalium
Kalium speelt, samen met natrium, een rol bij onze vochthuishouding en het doorgeven van prikkels in het zenuwstelsel. Natrium is een mineraal uit keukenzout. Natrium en kalium leveren samen ook een belangrijke bijdrage aan de regeling van onze bloeddruk.

We krijgen kalium binnen via ons voedsel. Kalium komt vooral voor in groenten en fruit, aardappelen en vlees, maar ook in brood, melk en noten. Normaal gesproken levert een gezonde, gevarieerde voeding voldoende kalium. Als aardappelen en groenten worden gekookt in veel water, kan kalium onnodig verloren gaan. Het is daarom beter om bij het koken niet meer water te gebruiken dan nodig.

Te veel kalium opnemen via de voeding is vrijwel onmogelijk. Meestal is ons lichaam zelf in staat om te zorgen voor de juiste hoeveelheid kalium. Een kaliumtekort of kaliumoverschot ontstaat als het evenwicht tussen opname en uitscheiding verstoord is. De nieren houden de hoeveelheid kalium in het lichaam constant door de uitscheiding in de urine te variƫren.

Onder normale omstandigheden komt een tekort aan kalium niet voor. Alleen bij veelvuldig braken, ernstige diarree of door het gebruik van bepaalde plastabletten kan een tekort aan kalium ontstaan. De verschijnselen hierbij zijn: verminderde eetlust, spierzwakte, misselijkheid, lusteloosheid en in ernstige gevallen hartritmestoornissen. Een overschot aan kalium kan ontstaan als de nieren niet optimaal functioneren. Een te hoog kaliumgehalte in het bloed kan in het ergste geval leiden tot een hartstilstand.

Het kalium wordt bepaald in bloed.